Hoe Evidence Based Medicine is Evidence Based Medicine eigenlijk?

Hoe Evidence Based Medicine is Evidence Based Medicine eigenlijk?

Wat is EBM?

EBM is gebaseerd op een combinatie van feiten, deskundigheid en argumentatie (van Everdingen, 2004). D.L. Sacket (1996) schrijft dat EBM het gaat om het integreren van individuele klinische expertise met het beste externe bewijs. Oftewel, het zou gaan om de kunst van de geneeskunde naar een nieuw niveau te tillen door middel van EBM, verbeteringen ontdekken, somatische en psychische klachten kunnen genezen door middel van EBM.

Waarom een arts worden?

De top 3 antwoorden op de vraag waarom ze dokter willen worden onder 60 1ejaars studenten was op stip: 1. Altruïsme, 2. Intellectuele nieuwsgierigheid en 3. interesse in intermenselijk relaties (Millan, 2005)

Wij zetten in dit artikel deze motivaties tegenover de basisgedachte waarop EBM is gebaseerd en leggen dit uit aan de hand van een kritische stelling.

Wij poneren de stelling dat anno nu, EBM deels niet zo neutraal is als bedoeld door de sponsoring van de farmaceutische industrie. Naast het niet publiceren van de conclusies van onderzoeken omdat die weinig interesse zullen krijgen in de medische wereld en/of niet de gewenste resultaten opleverden. (Dickersin, 1987) (Easterbrook, 1991).

Wat we willen aantonen is dat het doel van EBM in het geding komt en dat de basisgedachte van het arts worden op de achtergrond staat. Kortweg gezegd: EBM is niet meer dan een traject, welke gefinancierd is met commerciële en eigenbelangen, die zwaarder wegen dan de medische vooruitgang. Dit wat in schril contrast staat met de 3 hoofdreden om arts te worden.

Een voorbeeld:

Op www.trialstudies.nl vonden we dit voorbeeld: “The relationship between the incidence of gingival abrasion and the presence of gingival recession in both manual and power brush users.” (NTR2457 nummer). Gefinancieerd door Proctor & Gamble, eigenaar van het merk Oral-B, fabrikant van (elektrische) tandenborstels. Geïnitieerd door de ACTA. Nou is er veel te zeggen voor het onderzoek, je hoeft geen raketprofessor te zijn dat P&G, meer garen spint bij de resultaten van deze trial, dan de tandheelkunde. Immers dit is heel erg geschreven voor P&G om meer Oral-B tandenborstels te verkopen, elektrisch of niet. Je moet gewoon goed poetsen. Het neigt eerder naar een marketingonderzoek onder het mum van een klinische studie. Het bekt namelijk erg goed ”Oral-B tandenborstels, elektrisch of gewoon, zijn de beste…en dat is klinisch bewezen!”. Ik zou er zo één kopen, echt waar.

Maar als we eens verder kijken: er werkt ook een medisch specialist mee, niet onwaarschijnlijk meer dan één medisch specialist. Artsen die hun talent, hun tijd, en hun moeite besteden aan een studie waarvan de rechtvaardiging op zijn minst in twijfel getrokken kan worden. Wat feitelijk helemaal niet volgens de altruïstische gedachte voor artsen, maar meer voor commercieel en eigen gewin. Daar lijkt het op.

Kritische vraag:

De meest kritische vraag op onze stelling zou dan zijn: “Maar als het werkt, dan is er toch niks aan de hand?”. “Als mijn tandvlees beter of verbeterd wordt, blijkend uit het onderzoek, dan maakt het toch niks uit?”. Dat klopt, baat het niet dan schaadt het niet, helemaal mee eens, maar zijn wij allen het nog zo eens als de medische resources ook gebruikt hadden kunnen worden voor echte medische vooruitgang, zou dat de mening veranderen? Het credo: “tijd kan je maar één keer uitgeven”, ligt ten grondslag aan dit tegenargument.

Tegenargumenten:

Als ander tegenargument: de publicatie bias. Mocht Oral-B de resultaten insignificant vinden, dan zullen we het resultaat nooit weten. Weg, geld, weg tijd, weg kennis en vaardigheden, die ingezet hadden kunnen worden waarvoor geneeskunde echt bedoeld is.

Een wat algemener argument tegen de kritische vraag is: de farmaceutische industrie is een branche die streeft naar winstgevendheid, veelal beursgenoteerde bedrijven en zijn er bij gebaat om hun eigen medicijnen als eerste en het liefst als enige, op de markt te krijgen. De Raad voor de Volksgezondheid en Zorg heeft daarover zelfs in 2008 een rapport geschreven getiteld: “Farmaceutische industrie en geneesmiddelengebruik: evenwicht tussen publiek en bedrijfsbelang”. Dit is aangeboden aan Minister Klink van Volksgezondheid.

Uit dit onderzoek kunnen we wel concluderen dat EBM op z’n minst ingeboet heeft in het neutraliteitskarakter van de geneeskunde als beroep en dat het niet strookt met de primaire motivaties om te praktiseren als arts.

Literatuur:

1. Luiz Roberto Millan; et al. – What is behind a student’s choice for becoming a doctor? (Clinics vol.60 no.2 São Paulo Apr. 2005)
2. David L Sackett; et al. – Evidence based medicine: what it is and what it isn’t (BMJ 1996;312:71-72 (13 January)
3. J.J.E. van Everdingen; et al. – Evidence Based Richtlijnontwikkeling (Bon Stafleu van Loghem, 2004)
4. K. Dickersin; et al. – Publication bias and clinical trials (Controlled Clinical Trials Volume 8, Issue 4, December 1987, Pages 343-353)
5. P.Easterbrook – Publication bias in clinical research (The Lancet, Volume 337, Issue 8746, 1991, Pages 867-872)
6. Farmaceutische industrie en geneesmiddelengebruik: evenwicht tussen publiek en bedrijfsbelang (Raad voor de Volksgezondheid en Zorg, 2008) (http://www.rvz.net/data/download/WEB_Farmaceutische_industrie_en_geneesmiddelengebruik.pdf)

 

Auteur: drs. ing. D.K. Kho (Scientific Researcher Healthcare – Stichting KGVP)

Advies:  drs. E Jansen (Huisarts)